Afronden kun je organiseren. Loslaten moet je begeleiden.
In een interim-opdracht begeleidde ik een team in zijn laatste fase. De inhoudelijke opgave liep nog, maar de afspraak was helder: dit team zou stoppen. Mijn opdracht leek eenvoudig: zorg voor een goede afronding en een zorgvuldige overdracht. Op papier overzichtelijk. In de praktijk gebeurde er iets anders.
Er zat trots, vakmanschap en betrokkenheid in wat dit team had opgebouwd. En precies dat maakte afronden ingewikkeld. Werk werd vastgehouden, nieuwe acties werden nog opgepakt, en het afronden zelf schoof steeds een stukje vooruit. Niet uit onwil, maar omdat loslaten iets anders vraagt dan doorgaan.
Toen extra planningen en overdrachtslijsten weinig veranderden, koos ik bewust een andere ingang. We begonnen niet bij de taken, maar bij het thema dat eronder lag: eindigheid. Tijdens een reflectiedag onderzocht het team eerst hoe ieder persoonlijk omgaat met afscheid en afronding. Waar kennen ze eindigheid uit hun eigen leven? Wat helpt om iets echt af te sluiten? Wat maakt dat je vasthoudt?
Dat gesprek maakte zichtbaar wat in de samenwerking meespeelde. Pas daarna volgde de vertaling naar het werk: wat betekent professioneel afronden hier concreet, wat rond je echt af, en wat draag je bewust over?
Vanaf dat moment ontstond er beweging. Heldere keuzes, duidelijke afspraken, minder terugval in oud gedrag.
Dit is voor mij de kern van zulk werk. Je kunt het proces organiseren, maar zonder aandacht voor wat het mensen kost om iets los te laten, blijft het half werk.


Geef een reactie